Posts tonen met het label etymologie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label etymologie. Alle posts tonen

zondag 13 mei 2012

Avonduilen zijn geen melksterren


Star of Bethlehem, vogelmelk, dame-d’onze-heures, melkster, snottebel, akkermanneke … al deze namen verwijzen naar hetzelfde kleine bolgewasje met als wetenschappelijke naam: Ornithogalum Umbellatum. Deze naam komt van het Grieks ornis 'vogel' en gala 'melk'. Vogel omwille van het bloemetje dat boven de grond lijkt te zweven en melk omwille van de zuiverwitte kleur.


In het Midden-Oosten, en meer bepaald in streek van Bethlehem, zijn de velden in het voorjaar bezaaid met vogelmelk. De stervorm van de bloem zou tevens model hebben gestaan voor de zespuntige Davidster. Het Franse dame-d’onze-heures verwijst naar de ‘floral clock’ van Linnaeus. Deze botanicus stelde vast dat veel planten een biologische klok hebben die bepaalt op welk uur van de dag hun bloemen opengaan. De bloemen van vogelmelk gaan maar open als er voldoende zon en warmte is, dat blijkt vooral vanaf 11u te zijn. De titel van deze blog verwijst ook naar deze ‘klok’. Avonduilen zijn teunisbloemen waarvan de bloemen pas openen ’s avonds. De Brabantse uitdrukking betekent dat mensen die laat opblijven de volgende ochtend niet actief kunnen zijn.


Het plantje is al sinds de jaren 1500 te vinden in onze contreien. De gewone vogelmelk werd vaak in boerentuinen als sierplant gehouden en verwilderde nadien vrij gemakkelijk in graslanden, boomgaarden en akkers. De plant vermeerdert zich niet alleen door zaad, maar vooral ook vegetatief via broedbolletjes die aan de voet van de bol gevormd worden.


Onze grond was vroeger akkerland en de bolletjes werden jaar na jaar door de boer mee geploegd waardoor ze zich konden verspreiden. Elk jaar in mei zien we dus overal witte bloemetjes verschijnen tussen onze aanplantingen.

woensdag 11 april 2012

Het heesterhoekje


Onze Amelanchier staat prachtig in bloei. Okee, okee, het is een buitenlander, maar geef toe, hij is toch goed geïntegreerd hé. Anders groei je niet vreedzaam naast een inheemse taxushaag of een rode kornoelje van bij ons.

Weet je trouwens waar de woorden struik, heester en boom vandaan komen? Ze stammen alledrie uit het Germaans.
In ‘boom’ (bôm, baum) zit het Engels woord ‘beam’ wat balk betekent. De Engelsen gebruiken het woord dus overdrachtelijk.
Heester komt van ‘heister’ wat jong boompje betekende in het Middelduits. Dat woord zei dus eeuwen geleden nog niets over de vertakking. Het oude woord ‘heister’ is op zich dan weer afkomstig van het oergermaanse woord ‘haisdra’.
Met ‘struik’ werd in de middeleeuwen enkel een afgebroken of geknotte tak bedoeld (struic, strûk, strauch). Op de plaats waar een ‘struik’ was afgebroken of gesnoeid ontstonden nadien zijtakjes. Als je daarvan later opnieuw ‘struiken’ afbrak kreeg je stilaan een wirwar van zijtakken. Een plant met zo’n dichte begroeiing werd op de duur zelf aangeduid als ‘struik’.