Posts tonen met het label wilg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wilg. Alle posts tonen

vrijdag 9 maart 2012

Gebundeld werk


Onze wilgentenen zijn netjes verpakt met sisal touw. Ik weet niet aan wat het ligt maar ik vind dat zo’n stapel er echt mooi uitziet. Daarom is het een beetje jammer om die prachtige twijgen als groenafval mee te geven. Je kan echter moeilijk alle snoeisel in je eigen tuin verwerken. Als je alles zou verhakselen en in je tuin uitstrooien, dan krijg je na enkele jaren een strooisellaag van een halve meter. Tiens, misschien is dat wel een oplossing voor het gevaar van de duizendjarige storm. :-)

In elk geval werd het probleem van snoeiafval vroeger veel efficiënter opgelost. Alle hout van snoeien en knotten werd gebruikt. Het laatste waar men eigenlijk aan dacht was het snoeisel als afval te dumpen.
De stam en de dikste takken van wilgen werden gebruikt voor het maken van klompen. Minder dikke takken dienden als ondersteuning van rieten daken of als skelet om ‘ruiters’ mee te maken waarop hooi en andere gewassen werden gedroogd. Een oud gebruik dat vandaag opnieuw populair wordt is het maken van vlechtheggen met gesnoeide wilgentakken.
De kleinste takken die men tenen of twijgen noemt werden vroeger veel gebruikt als bindmateriaal. Bijvoorbeeld om rietbundels voor rieten daken samen te binden of om landbouwgewassen op te hangen zodat ze konden drogen.
De allerfijnste en kortste twijgjes werden samengeveegd en gebruikt als strooisel in de stallen.
Alle takken die dan nog overbleven werden samengebonden en die bundels werden als brandstof gebruikt in boerderijen, bijvoorbeeld bij de kaasmakerij.

Al deze weetjes komen uit Het Knotbomenboek van Paul Minkjan en Maurice Kruk. Daarin wordt niet enkel over knotwilgen maar ook over andere knotbomen gesproken. Wie oude tuingebruiken nieuw leven wil inblazen, moet zeker dit boek lezen.

vrijdag 17 februari 2012

Tronken


De winterperiode is ideaal om de wilgen te onderhouden. Iedereen gaat dan knotten, kappen en klieven. Grapppig toch dat al die woorden met een 'k' beginnen. Het is net alsof je er de inspanning kan in horen.

Ons knotwerk is dit jaar al heel vroeg gebeurd. De laatste restjes hout liggen al weken op een stapel te wachten. Ik zou ze in het voorjaar opruimen maar door enkele rare waarnemingen tijdens de voorbije weken begin ik serieus te twijfelen.
Toen het sneeuwde begin februari zag ik overal vreemde sporen rond de takkenhoop. Ik vond zelfs dat de sporen soms op kleine voetstappen leken. Elke dag kwamen er meer en meer bij.
Op een donkere dag zag ik ook iets bewegen tussen de stapel. Toen ik dichterbij kwam was er niets meer te bespeuren, maar 's morgens lag er naast ons tuinpad plots een bemoste steen.  Dat moet toch een versteende trol zijn?!

zondag 20 maart 2011

BIJna lente


Niet de zwaluwen maken de lente maar wel de eerste zoemende insecten.

Sneeuwklokjes en krokussen trekken de overwinterende hommels aan, maar het zijn vooral de bloeiende wilgenkatjes die massaal insecten lokken in maart.
De bijenpopulaties gaan al enkele jaren achteruit en als ecologisch tuinier kan je niets beters voor hen doen dan wilgen planten. Al onze wilgen zijn dit jaar voor de eerste maal geknot en ze hebben dus nu geen wilgenkatjes. De bijen en hommels hebben er echter geen last van want wij hebben ook wilgenstruiken staan die voor het nodige stuifmeel zorgen. Die struiken snoeien we dan in de jaren dat de wilgen wél bloeien. Wie alleen knotwilgen heeft en geen wilgenstruiken kan dit stuifmeelprobleem oplossen door elk jaar maar een beperkt aantal bomen te knotten. Op de foto zie je één van de honingbijen van de buren die sinds vorig jaar enkele kasten herbergen van een plaatselijke imker.

Naast bijen en hommels profiteren ook veel vlinders van de wilgenbloei. De overwinterende kleine vos, grote vos, citroenvlinder, dagpauwoog en gehakkelde aurelia komen al in maart naar je tuin als er wilgenkatjes zijn. Wij hebben onze eerste vlinder van het seizoen gisteren opgemerkt toen hij zich aan het opwarmen was op een steen: een mooie gehakkelde aurelia.

zondag 20 februari 2011

Hoe maak je van een tak een boom?

De langverwachte winterzon lokt ons naar buiten om aan een serieuze tuinklus te beginnen: wilgen knotten. In januari 2007 hebben we onze wilgen geplant en nu vier jaar later worden ze voor de eerste keer geknot.

Hoe maak je van een tak een boom?
Je neemt rechte wilgentakken van 2,7 à 3 meter lang en een arm dik. Op de onderste 70 cm haal je stroken schil af. Dit bevordert de wortelgroei. Je plant de wilgenstokken 70 cm diep in een gat dat je het best kan maken met een grondboor zodat de stokken stevig staan. In het voorjaar verschijnen de eerste scheuten over de hele stamlengte. Laat tijdens het eerste groeijaar enkel de twijgen aan de top staan zodat je een mooie kruin krijgt. Een top is ongeveer een gestrekte handpalm lang. Op het einde van het eerste jaar verminder je het aantal scheuten in de kruin tot acht à twaalf stuks.

Tijdens het tweede, derde en vierde jaar moet je bijna niets doen. Alleen het verwijderen van nieuwe zijscheuten op de stam kan nodig zijn. Takken die afbreken door stormwind snoei je best mooi af om te voorkomen dat er water in de wonde blijft staan.
Op het einde van het vierde jaar ga je de wilg voor de eerste keer helemaal knotten. Dat is wat wij nu gedaan hebben. Het veiligst werk je met een scherpe handzaag. Een kettingzaag is gevaarlijk omdat je de zaag relatief dicht bij je lichaam moet houden door het dichte takkenstelsel van de kruin. Ik klim met een aluminiumladder redelijk hoog in de kruin om de takken in verschillende keren af te zagen. Zo voorkom je dat er in één keer een heel zware last naar beneden valt. Om te verhinderen dat je zaag vast komt te zitten maak je eerst een snede aan de valzijde van de tak. Dan zaag je aan de andere richting de tak volledig door. Automatisch valt de tak dan in de richting van de snede. De lengte van de stomp die overblijft moet even lang zijn als de diameter van de tak.

Vanaf dan herhaalt de cyclus zich en ga je om de vier jaar knotten.

zondag 15 augustus 2010

Border met siergrassen


De grascirkel die bovenaan het plan staat wordt aan de linkerzijde afgeboord met grassen Stipa Tenuissima. Samen met de wilgen vormen de grassen een soort landelijke weiderand. Tussen elke graspol laten we veel ruimte omdat de Stipa's breed uitgroeien. We zetten bij de grassen ook vlindervriendelijke planten als Monarda, Knautia, Verbena Bonariensis en Kogeldistel. De open plekken worden bedekt met schors en mulch om onkruid tegen te houden. Op de foto zie je de situatie tijdens het aanbrengen van de schorslaag.

zondag 1 november 2009

Wilgen horen erbij



Omdat ze goed passen in een landelijke tuin en omdat ze zo mooi zijn wilden we zeker ook een aantal wilgen aanplanten. In het begin van de winter plantten we enkele vuistdikke takken op een rij in de toekomstige siertuin. Vóór de wilgen voorzien we een halve cirkel met siergrassen wat het natuurlijke effect zal vergroten. Je ziet de kleine graspollen op de foto rechts van de wilgenstokken. De takken kochten we ook bij Dequidt, maar in feite zijn alle dikke takken die van een oudere, geknotte wilg komen geschikt om te planten en tot boom uit te groeien.