zondag 29 mei 2011

Myrmecopolis

Ooit heb ik ergens gelezen dat mieren de ecologische graadmeter zijn van een tuin. Als dat waar is, dan is onze tuin een ecologisch paradijs. De mieren tieren er welig. Dit jaar is het wel een beetje overdreven. Onder elke steen of elke pot krioelt het van de mieren, poppen en eitjes.


Onze zandgrond en de droge lente zijn hiervan waarschijnlijk de oorzaak. De groene specht die huist in de tuin van de buren vindt bij ons een gedekte tafel. Op zich storen mieren in een tuin niet, maar hun gewoonte om bladluizenkwekerijen aan te leggen is slecht voor onze fruitbomen. Een lijmband aanbrengen rond de stam helpt een beetje hoewel er meer lijm aan mij blijft kleven dan aan de band. Ook witte peper strooien rond de stam zorgt een tijdje voor minder mieren in de boom. Zolang de mieren geen te grote schade aanrichten laten we ze betijen. Mocht het uit de hand lopen dan kunnen we nog altijd overgaan tot een gedwongen evacuatie in een omgekeerde bloempot.


vrijdag 20 mei 2011

Knautiakolonisatie

Eén van de principes van de ecologische tuin, is ‘de juiste plant op de juiste plaats’. Toen we enkele jaren geleden begonnen met het aanplanten van onze verschillende tuinplekjes hadden we gekozen voor een grassenborder aan de voet van de wilgen. Tussen de siergrassen kwamen vlindervriendelijke planten, waaronder verbena, monarda, kogeldistel, echinacea en knautia macedonica.


Die knautia voelt zich blijkbaar heel goed thuis op onze zandleemgrond, hij zaaide zich uit aan 100 per uur. Eerst hebben we geprobeerd om alles in goede banen te leiden door de zaailingen te verwijderen zodat de border eruit zag zoals we hem gepland hadden. Het was een hopeloze strijd en eigenlijk paste het niet bij onze visie van natuurvriendelijk tuinieren. We hebben dus de handdoek in de ring gegooid en de knautia vrij spel gegeven. Het resultaat kan je hier bewonderen. Dit is nog eens het bewijs dat je in de tuin dikwijls de mooiste resultaten krijgt door de planten hun eigen weg te laten zoeken.


Tussen haakjes: enkele van de vele zaailingen koloniseren nu de tuin van mijn ouders.

vrijdag 13 mei 2011

Het geheim van de Aperitief Maison ontsluierd

In onze favoriete bistro schonken ze een heel lekkere Aperitief Maison. Na veel proeven en een beetje aandringen bij de “patron” kwamen we te weten dat het ging om een combinatie van mousserende wijn en vlierbloesemsiroop. Dit lekkere drankje wilden we thuis ook eens uitproberen. Oma maakt al jaren vlierbloesemsiroop voor de kleinkinderen, we kregen van haar dus het recept. Ondanks verschillende pogingen (een beetje meer wijn, een beetje meer siroop) konden we het drankje niet evenaren. Het geheim van het Aperitief Maison was ons duidelijk niet onthuld.

Oma wist ons wel te vertellen dat er een recept bestaat waarbij er naast wijn en siroop ook gin werd toegevoegd aan dit soort drank. Deze combinatie kon ons helaas ook niet bekoren.

Omdat ik het aroma van vlierbloesems zo lekker vind heb ik dan maar beslist om ze op alcohol te bewaren (naar analogie met de sleedoornjenever van oma). Ik had geen jenever of alcohol van 40%, maar in mijn kast vond ik nog een halfvol flesje echte Russische wodka en dat alcoholpercentage bleek te volstaan om drankjes te brouwen. Ik heb enkele vlierbloesemtakjes in de fles gestoken zodat alles ondergedompeld was … en dan ben ik de fles maanden vergeten.
 
 
Na een maand of zes zag ik de fles toevallig staan. De wodka was helemaal bruin geworden en het zag er niet echt ‘gezond’ uit maar het brouwsel rook zalig naar vlierbloesems. De smaak was helaas veel te bitter. Oma’s sleedoornjenever indachtig heb ik daar dan een paar lepels suiker in gegoten en de fles weer vergeten in de kast.

Enkele maanden later was oma op bezoek en bij het zoeken naar een gepast aperitiefje kwamen we de fles weer tegen. We hebben een klein beetje geproefd en eureka, het was lekker! In een klein glaasje met een ijsblokje kon oma er niet genoeg van krijgen, maar wij gebruiken het nu als basis voor onze eigen Aperitief Maison. Een scheutje vlierbloesemwodka en aanvullen met cava, het perfecte zomeraperitief. Eind goed al goed zou je zeggen. Jammer maar helaas, het drankje was gebrouwen op goed geluk. Ik had geen enkel idee van de verhouding alcohol, bloesems, suiker. Vorig jaar hebben we de zaken wetenschappelijker aangepakt en een flesje van 250cc wodka gevuld met een achttal bloesems. Nu moet de suiker er nog bij en dan moeten we weer enkele maanden wachten om te weten of het drankje weer even lekker is als het toevalsbrouwsel van vorig jaar.

donderdag 5 mei 2011

Van zaad tot tomaat [2]

Na een week zijn zo goed als alle plantjes opgekomen. Enkel bij de Gojibes is er niets te zien. Kiemplantjes die je thuis opkweekt hebben de neiging om lang en smal op te groeien. Bij het zaaien had ik de potjes daarom niet helemaal gevuld, nu vul ik de potjes verder op met potgrond. De zaailingen staan nu stevig en op de tomatenstengels die onder de grond zitten komen ook worteltjes. Elke pot krijgt een etiketje want de verschillende soorten tomaten hebben verschillende groeiwijzen en behoeftes. Je moet dus wel weten wie wat is.


Drie weken na het zaaien zijn de zaailingen groot en stevig genoeg om te verpotten. Hiervoor laat ik de potgrond een volledige dag uitdrogen. Ik haal voorzichtig de volledige potkluit uit het potje. Op de foto zie je de aparte plantjes voor ze opgepot zijn. Deze plantjes worden nu elk apart in een pot gestoken, ik gebruik nu enkel potgrond. De plantjes worden tot aan het kiemblaadje in de grond gestoken, ook weer om ze stevig te doen wortelen. Elk plantje krijgt een steunstokje en een etiket.


Als je lang genoeg wacht om je kiemplantjes uit te planten heb je 100% succes. Ik moet toegeven dat de zonnige lente hier ook een handje geholpen heeft. De plantjes staan niet elk jaar zo mooi. Er staan hier nu een dertigtal tomatenplantjes te blinken. Teveel voor onze tuin, maar we zullen met deze plantjes enkele andere mensen gelukkig maken.

zaterdag 23 april 2011

Paasei

Door het prachtige weer zaten wij de afgelopen dagen vooral in de tuin en hadden we geen tijd om de blog aan te vullen. Als compensatie willen we jullie met Pasen trakteren op een heel speciaal paasei, dat van het oranjetipje. Het is nauwelijks een kopspeld groot maar wel gemakkelijk te herkennen aan zijn oranje kleur.


Ik zag enkele jaren geleden toevallig een oranjetipje voorbijfladderen in de tuin. Zo kwam ik op het idee om deze vlinder permanent in de tuin te krijgen door look-zonder-look te planten, de waardplant waar de rupsen van het oranjetipje van eten. Het eerste jaar was het al raak en hadden we eitjes waar later de rupsjes uitkwamen. Sindsdien hebben we meerdere oranjetipjes op kraambezoek. Ook dit jaar is het dus weer gelukt en bezorgden de klokken uit Rome ons weer mooie oranje eitjes. Wie goed zoekt kan zo'n eitje zien op de foto.

dinsdag 12 april 2011

Panna cotta van aardbeien


Het zonnige weer van de voorbije weken heeft de aardbeienplantjes extra veel energie gegeven. Binnenkort zullen we weer verse aardbeien kunnen oogsten. Intussen gebruiken wij nog altijd onze ingevroren voorraad van de voorbije zomer. We hebben er een heel lekkere panna cotta mee gemaakt.


vrijdag 1 april 2011

Van zaad tot tomaat [1]

Volgens de 'boekjes' moet je tomaten zaaien rond half maart, maar de ervaring heeft ons geleerd dat eind maart beter is. Er is dan al meer daglicht en de kleine tomatenplantjes kunnen zonder probleem in hun potje opgroeien tot de grond warm genoeg is om ze uit te planten. De Ijsheiligen zijn niet echt te vertrouwen dus mikken we op eind mei om de plantjes in volle grond te zetten.
Volgens de 'boekjes' moet je verspenen als de eerste echte blaadjes verschijnen maar dat is veel te vroeg. De plantjes laten zich gemakkelijker verspenen als ze wat ouder zijn, er is dan ook veel minder uitval.

Hoe gaan we dan concreet te werk? Wij hebben een klein kweekkastje waarin 8 potjes passen. Die vullen we voor de helft met potgrond. Aangezien de planten langer in dat potje blijven staan vinden ze daar de nodige voedingsstoffen. Op de potgrond komt fijne zaaigrond met perliet (zorgt voor doorlaatbaarheid). We vullen de potjes tot op 3 cm van de bovenkant.  Waarom we dat doen komt later aan bod. De aarde wordt bevochtigd en moet eerst op temperatuur komen voor je zaait. Om de temperatuur te meten zetten we een wijnthermometer in één van de potjes. De juiste temperatuur is heel belangrijk bij de opkweek van tomaten (van zaaien tot kieming tussen 22 - 25°C).  We zaaien 5 zaadjes per potje. Door dun te zaaien zijn de zaailingen sterker en ze kunnen langer blijven staan voor ze verspeend worden.


Het handige bloempottuinmateriaal dat je ziet op de foto hebben we ooit eens gekocht in een speelgoedafdeling.

We werken met zaden van De Nieuwe Tuin. Je vindt er tomatenrassen die quasi zonder bescherming in ons klimaat mooie tomaatjes opleveren. Dit jaar kiezen we voor olijftomaatjes, een Siberische tomaat, een vroege Japanner, een San Marzano en een Italiaanse Prins Borghese. Voor die twee laatste zullen we wel een afdakje moeten voorzien.

Samen met de tomaten zaaien we ook eens een Goji-bes of boksdoorn. Deze bes wordt gebruikt in de Chinese geneeskunde en zou op zowat alles een gunstig effect hebben. We zullen al blij zijn als daar ooit een bes aan verschijnt.